ECLI:NL:PHR:2003:AF7852
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bestuurder wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur en boekhoudplicht in faillissement
In deze zaak stond de aansprakelijkheid van een bestuurder centraal die werd aangesproken voor het tekort in de faillissementen van twee vennootschappen. De curator beriep zich op de omkering van de bewijslast uit art. 2:248 lid 2 BW Pro, omdat de boekhouding over 1986 niet op orde was en de jaarrekeningen over 1987 niet tijdig waren gepubliceerd.
De feiten betroffen onder meer een winstverschuiving die niet in de jaarrekeningen was verwerkt, waardoor een onjuist financieel beeld werd gegeven. De rechtbank en het hof stelden vast dat de boekhoudplicht en publicatieplicht niet waren nageleefd. De bestuurder voerde aan dat andere oorzaken het faillissement hadden veroorzaakt, maar slaagde er niet in dit aannemelijk te maken.
De Hoge Raad oordeelde dat de omkering van de bewijslast terecht was toegepast en dat de bestuurder niet had aangetoond dat het faillissement door andere factoren dan kennelijk onbehoorlijk bestuur was veroorzaakt. Het arrest bevestigt de strenge bewijslast voor bestuurders in faillissementszaken en benadrukt het belang van correcte financiële verslaglegging.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de aansprakelijkheid van de bestuurder voor het tekort in de faillissementen wegens niet-naleving van boekhoud- en publicatieplicht.