ECLI:NL:PHR:2003:AF7897
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Eigendomsvraag over strook grond bij buren na levering en transportakte
In deze burenruzie gaat het om de eigendom van een strook grond die onderdeel uitmaakt van een toegangsweg tussen twee percelen. Beide partijen kochten naast elkaar gelegen percelen grond met elk een smalle strook toegang tot de openbare weg, die feitelijk tot één brede toegangsweg zijn samengevoegd. Eisers vorderen dat verweerders meewerken aan een akte van herstel om de eigendom van de toegangsweg gelijkelijk te verdelen.
De rechtbank wees de vordering af omdat eisers het bewijs niet konden leveren dat zij mede-eigenaar van de strook waren. Het hof bekrachtigde dit oordeel en stelde vast dat de levering van de strook grond aan verweerders mede onderdeel was van de transportakte. De Hoge Raad bevestigt dat de levering aan verweerders chronologisch voorafging en dat de voormalige eigenaar vanaf dat moment niet meer beschikkingsbevoegd was over die strook.
De Hoge Raad oordeelt dat het aan eisers is om te bewijzen dat aan de levering aan verweerders geen geldige titel ten grondslag lag. De klachten van eisers over de bewijsopdracht en de motivering van het hof worden afgewezen. Daarmee wordt het cassatieberoep van eisers verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eisers wordt verworpen; de strook grond is geleverd aan verweerders en eisers zijn niet mede-eigenaar.