ECLI:NL:PHR:2003:AF7985
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verwerping noodweerexces bij moordzaak ondanks betwisting schottoedracht
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin de verdachte is veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf wegens moord. De verdediging had in hoger beroep een beroep gedaan op noodweerexces, stellende dat de verdachte in een worsteling met het slachtoffer handelingen verrichtte die leidden tot het per ongeluk doden van het slachtoffer.
Het hof oordeelde echter dat de door de verdachte gestelde toedracht van de worsteling niet aannemelijk was geworden, mede op basis van het sectieverslag van de patholoog-anatoom en de verklaring van een getuige-deskundige. Het hof achtte het onwaarschijnlijk dat het slachtoffer van zeer dichtbij in de rug was geschoten, zoals de verdachte had gesteld.
De Hoge Raad bevestigde dat het hof terecht het beroep op noodweer en noodweerexces had verworpen omdat de feiten niet aannemelijk waren gemaakt en er geen aanwijzingen waren dat de verdachte zich onverhoeds in een situatie bevond waarin hij zich moest verdedigen. Ook werd geoordeeld dat het hof wettige bewijsmiddelen had gebruikt, ondanks dat sommige verklaringen niet in het arrest waren opgenomen maar wel ter zitting waren voorgelezen.
Het cassatieberoep werd verworpen en de veroordeling tot tien jaar gevangenisstraf bleef in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot tien jaar gevangenisstraf wegens moord blijft in stand.