ECLI:NL:PHR:2003:AF8261
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verantwoordelijkheid assurantietussenpersoon bij verzwijging in luchtvaartverzekering
In deze zaak gaat het om de vraag of een assurantietussenpersoon jegens zijn opdrachtgever tekort is geschoten bij het bemiddelen van een luchtvaartverzekering voor een eenmotorig vliegtuig. De verzekeringsovereenkomst werd gesloten tussen Horizon Management B.V. en Verzekeringsmaatschappij De Nederlandse Luchtvaartpool N.V. (NLP). Kort na het sluiten van de verzekering verongelukte het vliegtuig, waarbij schade en letsel ontstonden. NLP stelde dat de verzekering nietig was wegens verzwijging dat de bestuurder geen vliegbrevet had.
De verzekerde vorderde primair een verklaring dat de verzekeringsovereenkomst niet nietig was en betaling van schade van NLP, subsidiair betaling van schade van de assurantietussenpersoon. De Rechtbank wees de vordering tegen NLP af en stelde de assurantietussenpersoon aansprakelijk wegens het niet voldoen aan zijn zorgplicht om de verzekeraar voldoende te informeren om een beroep op nietigheid te voorkomen.
In hoger beroep bevestigde het Hof het oordeel over de assurantietussenpersoon, maar stelde dat de nietigheid van de verzekeringsovereenkomst tussen verzekerde en NLP vaststaat. De Hoge Raad vernietigde het arrest in de procedure tussen verzekerde en NLP en verwees de zaak terug, omdat nog niet was vastgesteld of de verzekering dekking bood. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de assurantietussenpersoon tegen het arrest over zijn aansprakelijkheid, waarbij het belang van de assurantietussenpersoon bij de vraag of NLP zich terecht op nietigheid beroept, werd besproken.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de aansprakelijkheid van de assurantietussenpersoon wegens tekortkoming in de zorgplicht bij het bemiddelen van de luchtvaartverzekering.