ECLI:NL:PHR:2003:AF8267
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het verjaringsverweer in hoger beroep binnen de grenzen van de rechtsstrijd
In deze zaak vordert eiser schadevergoeding van het Werkvoorzieningsschap Nijmegen en omgeving (WNO) wegens vermeende tekortkomingen en onrechtmatige daad. De Rechtbank wijst de vordering af en verwerpt het verjaringsverweer van WNO. In hoger beroep onderzoekt het hof onder meer het verjaringsverweer alsnog, ondanks dat dit in eerste aanleg was verworpen en zonder dat WNO incidenteel hoger beroep had ingesteld.
Het hof stelt dat de devolutieve werking van het hoger beroep meebrengt dat verweren die in eerste aanleg zijn verworpen maar niet prijsgegeven, alsnog onderzocht moeten worden als de grieven van eiser slagen. Het hof geeft partijen de gelegenheid zich over het verjaringsverweer uit te laten en verklaart het beroep van WNO op verjaring gegrond, waarmee het vonnis van de Rechtbank wordt bekrachtigd met verbetering van gronden.
Eiser komt in cassatie tegen dit oordeel en stelt dat het hof buiten de grenzen van de rechtsstrijd is getreden door het verjaringsverweer te onderzoeken zonder incidenteel hoger beroep van WNO. De Hoge Raad verwerpt dit middel en bevestigt dat het hof binnen zijn beleidsvrijheid handelde en dat de devolutieve werking van het hoger beroep een hernieuwd onderzoek van het verjaringsverweer rechtvaardigt. Het hof heeft daarmee zijn taak als appelrechter niet miskend.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verjaringsverweer van WNO wordt gegrond verklaard.