ECLI:NL:PHR:2003:AF8276
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing verzoek tot wijziging echtscheidingsconvenant wegens gewijzigde omstandigheden en grove miskenning wettelijke maatstaven
De zaak betreft een verzoek van de man tot wijziging van het echtscheidingsconvenant waarin hij zich heeft verbonden vrijwel zijn gehele pensioeninkomen aan de vrouw te betalen. De man stelt dat hij inmiddels in Thailand woont, hertrouwd is en niet meer in zijn levensonderhoud kan voorzien vanwege opgesoupeerd vermogen en hoge medische kosten. Hij voert aan dat het convenant is aangegaan met grove miskenning van wettelijke maatstaven en dat gewijzigde omstandigheden wijziging rechtvaardigen.
De vrouw voert verweer door te betwisten dat sprake is van een wijziging van omstandigheden die wijziging van het convenant rechtvaardigt en ontkent grove miskenning. Het hof bevestigt dat partijen afstand hebben gedaan van ontbinding en hanteert de zware maatstaf van art. 1:159 lid 3 BW Pro voor wijziging. Het hof oordeelt dat de man onvoldoende inzicht heeft gegeven in zijn actuele inkomens- en vermogenspositie en dat de vrouw’s behoefte aan alimentatie onverminderd bestaat.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat het hof terecht de stelplicht en bewijsverplichting bij wijziging van het convenant heeft toegepast. Ook is geoordeeld dat het hof terecht heeft aangenomen dat het convenant niet met grove miskenning van wettelijke maatstaven is aangegaan, mede omdat de man destijds juridisch en financieel bijstand heeft gehad. Het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het verzoek tot wijziging van het echtscheidingsconvenant wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van wijziging van omstandigheden en grove miskenning van wettelijke maatstaven.