ECLI:NL:PHR:2003:AF8577
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bevoegdheid notaris tot afgelasting executieveiling ondanks verzoek voortzetting door derde-hypotheekhouder
In deze zaak stond centraal de executieveiling van twee kavels, waarbij de notaris de veiling afgelastte nadat één kavel onderhands was verkocht. De eiser, een derde-hypotheekhouder die door subrogatie de rechten van de bank had verkregen, verzocht de notaris de veiling voort te zetten, wat werd geweigerd. De rechtbank en het hof verwierpen de vorderingen van eiser en bevestigden de bevoegdheid van de notaris om de veiling af te gelasten, ook tussen inzet en afslag.
Eiser stelde dat hij als zelfstandig schuldeiser en derde-hypotheekhouder bevoegd was de notaris opdracht te geven de veiling voort te zetten, maar de Hoge Raad oordeelde dat hij zich tot de president van de rechtbank had moeten wenden. De notaris had de veiling in overeenstemming met de veilingvoorwaarden en de afspraken met de bank afgelast om een goed verloop van de veiling te waarborgen.
De Hoge Raad bevestigde dat het oordeel van de notaris over het verloop van de veiling bindend is en dat het hof de bewijswaardering omtrent de afspraken tussen notaris en bank niet onbegrijpelijk had gemaakt. Tevens werd geoordeeld dat het bewijsaanbod van eiser in hoger beroep niet toereikend was om het reeds vaststaande bewijs te weerleggen.
De Hoge Raad verwierp alle cassatiemiddelen en bekrachtigde het arrest van het hof, waarmee de notaris niet aansprakelijk werd gehouden voor de afgelasting en eiser geen schadevergoeding kreeg toegekend.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de notaris bevoegd was de veiling af te gelasten en wijst het cassatieberoep van eiser af.