ECLI:NL:PHR:2003:AF8655
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt veroordeling zware mishandeling wegens onvoldoende motivering en overschrijding redelijke termijn
In deze zaak werd verdachte door het hof Amsterdam veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie weken wegens zware mishandeling van het slachtoffer, waarbij sprake was van afgebroken tanden, een hoofdwond en gekneusde nekspieren. Het hof verwierp het verweer van de verdediging dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk moest worden verklaard vanwege overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, maar hield hier wel rekening mee bij de strafoplegging.
De Hoge Raad toetste het oordeel van het hof over de redelijke termijn en oordeelde dat dit oordeel niet onbegrijpelijk was, mede omdat geen bijzondere omstandigheden waren aangevoerd die een niet-ontvankelijkheid zouden rechtvaardigen. Daarnaast stelde de Hoge Raad vast dat het hof de bewezenverklaring onvoldoende had gemotiveerd, met name ten aanzien van het letsel door de stalen klem en de aard van het letsel en medisch ingrijpen.
De Hoge Raad concludeerde dat het hof ten onrechte voorbij was gegaan aan bepaalde verweren en dat de motivering van de bewezenverklaring niet voldeed aan de vereisten. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak naar het hof te 's-Gravenhage voor hernieuwde behandeling en beslissing op het bestaande hoger beroep.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak voor hernieuwde behandeling naar het hof te 's-Gravenhage.