ECLI:NL:PHR:2003:AF9405
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verjaringstermijn bij betalingsregeling kredietovereenkomst
In deze zaak staat de verjaring van periodieke vorderingen uit een kredietovereenkomst centraal. De kredietnemer sloot in 1980 een kredietovereenkomst met de rechtsvoorgangster van Spektrum, gevolgd door meerdere betalingsregelingen, waaronder een belangrijke regeling in 1991.
De kredietnemer stelde dat de vordering verjaard was omdat hij sinds 1991 niet alle termijnen had betaald en dat betaling van termijnen geen erkenning van de totale schuld inhield. Spektrum betoogde dat de betalingsregeling uit 1991 een nieuwe overeenkomst vormde, waardoor de verjaring per termijn moest worden beoordeeld en dat de vordering niet verjaard was.
De rechtbank wees in eerste aanleg de vordering toe, maar verklaarde later het verzet gegrond wegens verjaring. Het hof vernietigde dit vonnis en oordeelde dat de betalingsregeling uit 1991 een nieuwe overeenkomst was, waarbij de verjaring per termijn moest worden beoordeeld. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en verwerpt het cassatieberoep van de kredietnemer.
De Hoge Raad benadrukt dat de verjaringstermijn van vijf jaar geldt voor periodieke vorderingen en dat de betalingsregeling uit 1991 mede betrekking had op de totale schuld, inclusief achterstallige rente en aflossing. Het feit dat de kredietnemer niet precies op de hoogte was van de hoogte van de schuld doet hieraan niet af.
De conclusie van de Procureur-Generaal is om het cassatieberoep te verwerpen, waarmee de beslissing van het hof standhoudt.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de vordering niet is verjaard vanwege de betalingsregeling uit 1991.