5) Bij arrest van 23 juli 2001 heeft het hof het eindvonnis van de rechtbank vernietigd en de vordering in conventie toegewezen en Ankara c.s. veroordeeld tot betaling van het restant van de koopsom ad USD 25.804,90. De vordering in reconventie tot ontbinding en terugbetaling van USD 30.000,- is door het hof afgewezen. Daartoe heeft het hof als volgt overwogen.
Uit de garantie blijkt dat partijen uitdrukkelijk de mogelijkheid van versuikering hebben voorzien en juist voor dat geval een regeling hebben getroffen. Een redelijke uitleg van de garantie brengt mee dat ingeval van versuikering Ankara c.s. in beginsel enkel aanspraak kunnen maken op vervanging. In dat stadium komt dus, bijvoorbeeld, ontbinding nog niet aan de orde (r.o. 4.5).
Waar ontbinding nog niet aan de orde kon komen, kon naar het oordeel van het hof opschorting door Ankara c.s. in afwachting van ontbinding evenmin aan de orde komen. De vraag of Ankara c.s. de betaling hadden mogen opschorten in afwachting van vervanging van de honing, gelet op enerzijds de afgegeven garantie en anderzijds op de oorspronkelijke betalingsregeling welke inhield dat vooraf een wissel werd afgegeven welke echter pas later betaalbaar werd gesteld, voor de afloop waarvan de versuikering reeds zou zijn waargenomen, komt volgens het hof niet aan de orde, aangezien voor een geslaagd beroep op opschorting, indien al in dit geval mogelijk, minstgenomen vereist zou zijn geweest dat Ankara c.s. in niet mis te verstane woorden aanspraak hadden gemaakt op vervanging (r.o. 4.6).
In de brief van 20 april 1998 hebben Ankara c.s. niet gemeld dat zij nakoming van de overeenkomst wensten, noch hebben zij zich beroepen op de door [verweerster] verstrekte garantie. In deze brief hebben Ankara c.s. aan [verweerster] (slechts) meegedeeld dat zij de versuikerde honing moest terugnemen en de door Ankara c.s. betaalde USD 30.000,- moest terugbetalen. Dat brengt volgens het hof mee dat de brief niet gezien kan worden als een ingebrekestelling en dat de voor de ontbinding van de overeenkomst noodzakelijke toestand van verzuim aan de zijde van [verweerster] niet is ingetreden. Naar het oordeel van het hof dient aan Ankara c.s. te worden verweten dat zij hebben nagelaten [verweerster] in de gelegenheid te stellen de overeenkomst respectievelijk de vervangingsgarantie na te komen. Derhalve zijn Ankara c.s. met de opschorting van hun betalingsverplichting in verzuim geraakt (r.o. 4.6).
Wat de oorspronkelijke overeenkomst precies inhield ten aanzien van de volgorde van de over en weer te verrichten prestaties is, zo vervolgt het hof, niet meer relevant, aangezien ook als Ankara c.s. naar de normale regels in dit geval haar betalingsverplichting hadden mogen opschorten, dienaangaande in het onderhavige geval anders moet worden geoordeeld gelet enerzijds op de afgegeven garantie en anderzijds op de omstandigheid dat zij die niet hebben ingeroepen, althans geen aanspraak maakten op datgene waarop zij krachtens die garantie recht hadden (r.o. 4.7).
Evenmin is volgens het hof nog relevant welke nadere betalingsafspraken (met betrekking tot een bedrag groot USD 15.000,-) zijn gemaakt, omdat ook als die afspraken niet zijn gemaakt dat er niet aan in de weg staat dat Ankara c.s. hun betalingsverplichting niet kunnen opschorten (r.o. 4.8).
Tenslotte kan ook onbeantwoord blijven, aldus het hof, de vraag of [verweerster] met vervanging van de honing mocht wachten totdat eventueel Ankara c.s. aan de door [verweerster] gestelde maar door Ankara c.s. betwiste nadere betalingsafspraak hadden voldaan. Als gezegd, hebben Ankara c.s. immers [verweerster] bij de meergenoemde brief van 20 april 1998 helemaal niet tot vervanging in de gelegenheid gesteld, maar zich aanstonds beroepen op ontbinding en terugbetaling (r.o. 4.9).
In het voorgaande ligt, naar het hof heeft geoordeeld, besloten dat de grieven tegen het oordeel van de rechtbank dat Ankara c.s. zich terecht op de vervangingsgarantie hebben beroepen, slagen. Evenzo slagen de grieven tegen de in reconventie uitgesproken ontbinding, nu dit, zo volgt uit het vorenoverwogene, nog niet aan de orde was. Deze zou eventueel aan de orde hebben kunnen komen als [verweerster] de honing niet op vordering van Ankara c.s. had vervangen, maar zodanige vordering tot vervanging is niet ingesteld (r.o. 4.11).
Het eindvonnis waarvan beroep moet naar het oordeel van het hof dan ook worden vernietigd (r.o. 4.13).