ECLI:NL:PHR:2003:AF9462
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vordering bank afgewezen wegens onduidelijkheid over betaling en pandrecht
De coöperatieve Rabobank IJsselmond had een financieringsovereenkomst met een partij die zijn vorderingen op derden verpandde aan de bank. De bank stelde dat zij als pandhouder bevoegd was tot inning van een vordering van ƒ 450.000,-- die was ontstaan uit een overname van een bedrijf door Aldi, nadat de pandakte was geregistreerd en medegedeeld aan Aldi.
Aldi had echter de koopprijs betaald aan Codis, een gevolmachtigde van de pandgever, en stelde dat zij daardoor bevrijdend had betaald. De rechtbank oordeelde in eerste aanleg in het voordeel van de bank, maar het hof Arnhem vernietigde dit en wees de vordering af, stellende dat Aldi had aangetoond dat de betaling aan Codis in het vermogen van de pandgever was gevloeid.
De Hoge Raad stelt dat het hof onvoldoende heeft onderzocht of de betaling en verrekeningen plaatsvonden voor of na de mededeling van het pandrecht aan Aldi. Omdat dit essentieel is voor de vraag of Aldi bevrijdend heeft betaald, wordt het arrest vernietigd en de zaak verwezen voor nader feitelijk onderzoek. Tevens is het hof voorbijgegaan aan stellingen over niet-opeisbare vorderingen die de verrekening kunnen beïnvloeden.
Uitkomst: Het arrest van het hof Arnhem is vernietigd en de zaak verwezen voor nader onderzoek naar de betaling en verrekening.