ECLI:NL:PHR:2003:AF9561
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt weigering teruggave beslag na schending hoor en wederhoor niet aannemelijk
In deze zaak betrof het een cassatieberoep tegen een beschikking van de Rechtbank Amsterdam die het beklag over de teruggave van inbeslaggenomen goederen, waaronder grote geldbedragen en schriftelijke aantekeningen, ongegrond verklaarde. Het onderzoek was gestart vanwege een diefstal van een politie-laptop en leidde tot verdenking van betrokkenheid bij drugshandel of heling.
De verdediging stelde dat het geld afkomstig was van een erfenis, maar wisselende verklaringen en de context van het onderzoek maakten dit ongeloofwaardig. Tijdens de procedure bleek dat de rechtbank haar beslissing mede had gebaseerd op een faxbericht van de officier van justitie dat na de behandeling in raadkamer aan de rechtbank was toegezonden zonder dat de verdediging hiervan kennis had kunnen nemen of zich hierover had kunnen uitlaten.
De Hoge Raad oordeelde dat deze handelwijze in strijd was met het beginsel van equality of arms, een essentieel onderdeel van een eerlijk proces zoals gewaarborgd in artikel 6 EVRM Pro. Desondanks werd het cassatiemiddel verworpen omdat de rechtbank haar beslissing baseerde op reeds bekende stukken en standpunten, en de fax slechts een samenvatting van die stukken bevatte. De schending van hoor en wederhoor was daardoor niet voldoende om de beschikking te vernietigen.
Uitkomst: Het cassatieberoep werd verworpen en de weigering tot teruggave van het beslag bleef in stand.