ECLI:NL:PHR:2003:AF9661
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt deels bewezenverklaring valsheid in geschrift bij Algemene bijstandswet
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin verdachte was veroordeeld voor valsheid in geschrift betreffende een periodieke verklaring Algemene Bijstandswet over september 1996.
Het hof had geoordeeld dat verdachte valselijk had verklaard geen inkomsten uit arbeid te hebben genoten, terwijl hij een ziektewetuitkering ontving. De verdediging stelde dat het hof ten onrechte de ziektewetuitkering als inkomsten uit arbeid had aangemerkt.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof een onjuiste rechtsopvatting had gehanteerd omdat een ziektewetuitkering niet onder inkomsten uit arbeid valt volgens artikel 47 Abw Pro. De bewezenverklaring was daardoor ontoereikend gemotiveerd. De Hoge Raad verbeterde de bewezenverklaring door vast te stellen dat verdachte valselijk had verklaard geen inkomsten uit andere bronnen te hebben genoten en verwierp het cassatieberoep voor het overige.
De Hoge Raad zag geen noodzaak tot vernietiging van het arrest en achtte het mogelijk dat het hof de bewezenverklaring zou corrigeren. Het eerste middel werd verworpen, het tweede middel gegrond verklaard maar zonder cassatie tot vernietiging te leiden.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de bewezenverklaring dat verdachte inkomsten uit arbeid had en verbetert deze tot valsheid in geschrift omtrent inkomsten uit andere bronnen.