ECLI:NL:PHR:2003:AF9711
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dwingende bewijskracht van handgeschreven schuldbekentenis in geldlening
In deze zaak stond centraal de vraag of een door eiser met de hand geschreven en ondertekende schuldbekentenis, die een geldlening van 150.000 gulden betreft, dwingend bewijs oplevert. Partijen waren voormalige levenspartners en het geschil betrof de vraag of de schuldbekentenis rechtsgeldig was en of de lening daadwerkelijk was verstrekt.
De rechtbank en het hof oordeelden dat de schuldbekentenis een onderhandse akte is die ingevolge de toen geldende artikelen 184 en 185 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dwingend bewijs oplevert. Eiser mocht tegenbewijs leveren, maar slaagde hier niet in. Het hof verwierp zijn bewijsaanbod en concludeerde dat de schuldbekentenis niet was ontkracht.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en legde uit dat de dwingende bewijskracht ziet op de waarheid van de in de akte opgenomen verklaring, ongeacht of de wederpartij de akte mede heeft ondertekend. De Hoge Raad verwierp de cassatie en bekrachtigde het oordeel dat eiser de bewijslast droeg en niet slaagde in het leveren van tegenbewijs.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het oordeel dat de handgeschreven schuldbekentenis dwingend bewijs oplevert blijft gehandhaafd.