ECLI:NL:PHR:2003:AF9714
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad arrest over internationale rechtsmacht en beschermingsomvang Europees octrooi in octrooischil
In deze zaak staat centraal de vraag of de Nederlandse rechter bevoegd is om kennis te nemen van vorderingen wegens inbreuk op een Europees octrooi tegen buitenlandse Roche-vennootschappen en hoe de beschermingsomvang van het octrooi moet worden uitgelegd.
De octrooihouders, [verweerder 1] en [verweerder 2], vorderen onder meer een verbod tegen Roche-vennootschappen wegens inbreuk op hun Europees octrooi voor specifieke antilichamen tegen carcino-embryonaal antigeen (CEA). Het hof oordeelde dat het antilichaam van Roche onder de beschermingsomvang valt en dat de Nederlandse rechter bevoegd is, mede vanwege stilzwijgende aanvaarding van rechtsmacht door de buitenlandse partijen.
De Hoge Raad bespreekt uitgebreid de uitleg van de beschermingsomvang conform art. 69 Europees Pro Octrooiverdrag en het Protocol, de vraag of de Nederlandse rechter bevoegd is op grond van internationale verdragen (EEX/EVEX) en nationale wetgeving, en de mogelijkheid van grensoverschrijdende verbodsmaatregelen. Tevens wordt ingegaan op de toewijsbaarheid van schadevergoeding en de vereisten van desbewustheid bij inbreuk. De Hoge Raad benadrukt de noodzaak van een zorgvuldige motivering en de mogelijkheid tot prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen over de uitleg van internationale bevoegdheidsregels.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest voor uitleg beschermingsomvang en rechtsmacht, verwijst zaak terug en benadrukt noodzaak prejudiciële vragen over internationale bevoegdheid.