ECLI:NL:PHR:2003:AG1758
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt beslissing over teruggave inbeslaggenomen foto's na sepot strafzaak
Klaagster heeft cassatie ingesteld tegen een beschikking van de Rechtbank Utrecht die haar beklag over de niet-teruggave van een zwartleren handschoen met rode verfsporen en enkele foto's ongegrond verklaarde. Uit opgevraagde informatie bleek dat de handschoen reeds in 2001 op last van de officier van justitie was vernietigd, waardoor het belang van klaagster bij teruggave van dit voorwerp ontbreekt en zij niet-ontvankelijk is in dat deel van het beroep.
Ten aanzien van de foto's klaagt klaagster over een onredelijke termijn van bijna drie jaar tussen de beslissing van de Rechtbank en de ontvangst van stukken bij de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelt dat deze termijn onredelijk lang is, maar dat het beklagprocedure geen vaststelling van burgerlijke rechten betreft, zodat artikel 6 EVRM Pro niet van toepassing is.
Voorts heeft de Rechtbank geoordeeld dat het belang van de strafvordering zich verzet tegen teruggave van de foto's omdat de strafzaak nog niet aanhangig was. De Hoge Raad stelt echter vast dat de strafzaak inmiddels is geseponeerd, waardoor het belang van de strafvordering niet langer bestaat. Daarom vernietigt de Hoge Raad het deel van de beschikking dat de teruggave van de foto's weigerde en gelast de teruggave aan klaagster.
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk voor zover het betrekking heeft op de zwartleren handschoen en verwerpt het beroep voor het overige.
Uitkomst: De Hoge Raad gelast teruggave van de inbeslaggenomen foto's en verklaart het beroep niet-ontvankelijk voor de zwartleren handschoen.