ECLI:NL:PHR:2003:AH8597
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt omzetting Franse drugsvonnis en strafoplegging in Nederland
De zaak betreft een verzoek tot tenuitvoerlegging in Nederland van een Franse gevangenisstraf van zeven jaar wegens het onrechtmatig aanbieden en overdragen van heroïne in Rotterdam tussen 1997 en 1999. De rechtbank Rotterdam heeft op 29 januari 2003 de tenuitvoerlegging van het Franse vonnis toegestaan, maar de straf omgezet naar viereneenhalve jaar gevangenisstraf, rekening houdend met Nederlandse maatstaven en de persoonlijke omstandigheden van de veroordeelde.
De raadsman van de veroordeelde voerde in cassatie aan dat de rechtbank de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen (WOTS) had geschonden door niet de Nederlandse straf op te leggen die overeenkomt met het feit, onvoldoende te motiveren en onvoldoende rekening te houden met persoonlijke omstandigheden. Tevens werd betoogd dat het specialiteitsbeginsel was geschonden.
De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank de juiste maatstaf heeft toegepast door rekening te houden met zowel de Franse als Nederlandse opvattingen over de ernst van het feit en dat het niet vereist is dat de straf exact overeenkomt met de Nederlandse straf. Verder heeft de rechtbank voldoende rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden en is er geen sprake van een nieuw onderzoek naar de feiten. Het specialiteitsbeginsel is niet geschonden omdat de rechtbank niet verplicht was dit te toetsen. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de omzetting van de Franse gevangenisstraf naar viereneenhalve jaar gevangenisstraf in Nederland.