ECLI:NL:PHR:2003:AH9611
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Arrest Hoge Raad over betekening dagvaarding aan kantoor advocaat en toepassing art. 47 Rv
In deze cassatieprocedure stond de vraag centraal of de deurwaarder de dagvaarding rechtsgeldig kon betekenen aan het kantoor van de advocaat van de gedaagde, toen niemand aldaar aanwezig was om het exploot in ontvangst te nemen.
De deurwaarder had de dagvaarding in een gesloten envelop achtergelaten op het kantooradres van de advocaat, conform art. 47 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), dat voorziet in betekening wanneer geen van de personen bedoeld in art. 46 lid 1 Rv Pro aanwezig is.
De Hoge Raad overweegt dat art. 63 Rv Pro niet expliciet regelt hoe te handelen bij betekening aan het kantoor van een advocaat wanneer niemand wordt aangetroffen. De Raad acht het echter redelijk en in lijn met de wetstoepassing dat in een dergelijk geval de weg van art. 47 Rv Pro gevolgd kan worden.
Dit oordeel is mede gebaseerd op het belang van de praktische werking van art. 63 Rv Pro en de redelijke verwachting dat een dagvaarding die op het kantoor van de advocaat wordt achtergelaten, de gedaagde bereikt. De Hoge Raad concludeert dat verstek verleend kan worden, ondanks het feit dat de gedaagde niet is verschenen.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat betekening door achterlating van de dagvaarding in een gesloten envelop op het kantoor van de advocaat rechtsgeldig is, waardoor verstek kan worden verleend.