ECLI:NL:PHR:2003:AI0287
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat huurprijs VROM-beschikking betrekking heeft op gehele verhuurde woonruimte
De zaak betreft een geschil tussen verhuurder en huurder over de huurprijs en het gebruik van een pand met bedrijfs- en woonruimten. De verhuurder had het pand met subsidie gerenoveerd en de huurprijs van de woonruimte was vastgesteld door een VROM-beschikking. De huurder gebruikte echter ook de begane grond, oorspronkelijk als bedrijfsruimte bestemd, als woonruimte.
De verhuurder vorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming vanwege wijziging van de bestemming, maar deze vordering werd afgewezen door de Kantonrechter en later bekrachtigd door de Rechtbank. Daarnaast vorderde de verhuurder een nadere huurprijsvaststelling voor de delen van het pand die niet onder de VROM-beschikking vielen.
De Rechtbank oordeelde dat de huurder had bewezen dat partijen bij het aangaan van de huurovereenkomst uitgingen van woongebruik van het gehele gehuurde, waardoor de huurprijs volgens de VROM-beschikking de gehele ruimte betrof. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van de verhuurder en bevestigt dat geen nadere huurprijsvaststelling nodig is.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verhuurder wordt verworpen; de huurprijs volgens de VROM-beschikking geldt voor de gehele woonruimte.