ECLI:NL:PHR:2003:AI0309
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid rechtbank Rotterdam op grond van EEX-Verdrag bij vordering tot betaling huurkoopcontainers
In deze zaak stond de vraag centraal of de rechtbank te Rotterdam bevoegd was om kennis te nemen van een vordering tot hoofdelijke veroordeling tot betaling van een bedrag uit hoofde van huurkoopovereenkomsten van containers. Eiseres, een Griekse vennootschap, en een natuurlijke persoon waren door verweerster gedagvaard in Rotterdam, maar zij stelden dat de rechter in Athene bevoegd was op grond van het EEX-Verdrag.
De rechtbank wees de exceptie van onbevoegdheid af en verklaarde zich bevoegd op grond van art. 5, aanhef en sub 1, van het EEX-Verdrag, omdat de verbintenis volgens het toepasselijke Nederlandse recht in Rotterdam moest worden uitgevoerd. Het hof bevestigde dit oordeel en verwierp het beroep op een andere plaats van betaling of een gewoonte die daarvan afweek.
Eiseres kwam in cassatie tegen dit arrest, maar de Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep niet-ontvankelijk omdat het arrest een tussenarrest betrof en het cassatieberoep niet tegelijk met het eindarrest was ingesteld. Ten overvloede wees de Hoge Raad het middel af, waarbij werd bevestigd dat de beoordeling van het hof over de plaats van betaling en de toepasselijkheid van het Nederlandse recht niet in cassatie kan worden getoetst.
Uitkomst: Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens niet gelijktijdige indiening met eindarrest.