ECLI:NL:PHR:2003:AI0341
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt beperkte privaatrechtelijke aansprakelijkheid voor milieuschade door asbestverontreiniging na brand
In deze zaak staat centraal of de eigenaar van een loods, G.I.K. Beheer B.V., aansprakelijk is voor kosten die de gemeente Wateringen heeft gemaakt voor het opruimen van asbestverontreiniging na een brand in de loods. De brand veroorzaakte verspreiding van asbestcementdeeltjes in de woonwijk en op sportvelden, wat een gevaar voor de volksgezondheid opleverde. De gemeente vorderde vergoeding van de opruimkosten op grond van artikel 1.1a Wet milieubeheer (Wm) en onrechtmatige daad.
De rechtbank en het hof wezen de vorderingen af, stellende dat GIK niet aansprakelijk was omdat zij de brand niet had veroorzaakt en de asbestdeeltjes niet meer haar eigendom waren. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en overweegt dat artikel 1.1a Wm geen zelfstandig privaatrechtelijk verhaalsrecht schept dat verder gaat dan de bestaande onrechtmatige daad onder artikel 6:162 BW Pro. De zorgplicht uit artikel 1.1a Wm geldt niet zonder meer voor degene die niet verwijtbaar heeft gehandeld of nagelaten.
De Hoge Raad benadrukt dat het ontbreken van een wettelijke basis en de beperkte betekenis van artikel 1.1a Wm in de bestuurspraktijk pleiten tegen een ruime uitleg. Bovendien is het bestuursrecht een passend instrument voor handhaving en verhaal. De conclusie is dat GIK niet gehouden is de asbestverontreiniging te verwijderen en niet aansprakelijk is voor de kosten die de gemeente heeft gemaakt.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat GIK niet aansprakelijk is voor de opruimkosten van de asbestverontreiniging en verwerpt het cassatieberoep van de gemeente.