ECLI:NL:PHR:2003:AI0450
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over kwalificatie inkoop aandelen als dividend of vervreemdingswinst onder belastingverdrag Nederland-België
Deze zaak betreft de fiscale kwalificatie van voordelen die een in België wonende aandeelhouder behaalde uit de inkoop van aandelen door een Nederlandse BV in 1997. Centraal staat de vraag of deze voordelen onder het belastingverdrag tussen Nederland en België als dividend (artikel 10) of als vervreemdingswinst (artikel 13) moeten worden aangemerkt.
De belanghebbende woonde meer dan vijf jaar in België en verkocht 76 aandelen aan de Nederlandse BV. De BV hield 15% dividendbelasting in, maar de belanghebbende gaf deze opbrengst niet aan in zijn belastingaangifte en verzocht om teruggave van de ingehouden dividendbelasting. De Inspecteur kwalificeerde het voordeel als dividend, terwijl het Hof oordeelde dat het ging om vervreemdingswinst, waarop Nederland geen heffingsrecht heeft volgens het verdrag.
De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad bevestigt dat sinds 1997 de nationale wetgeving het voordeel uit inkoop van aanmerkelijk-belangaandelen kwalificeert als vervreemdingswinst en niet als dividend. Dit leidt volgens het Hof en de Hoge Raad ertoe dat Nederland niet langer het heffingsrecht kan baseren op artikel 10 van Pro het verdrag, maar dat artikel 13 van Pro toepassing is. De Hoge Raad benadrukt dat de nationale kwalificatie bepalend is voor de verdragskwalificatie en dat de dividendbelasting een aparte voorheffing betreft die niet de verdragskwalificatie beïnvloedt.
De Hoge Raad wijst het cassatieberoep van de Staatssecretaris af en bevestigt dat het voordeel uit de inkoop van aandelen in dit geval als vervreemdingswinst moet worden aangemerkt, waardoor Nederland geen heffingsrecht heeft over dit voordeel volgens het belastingverdrag met België.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat voordelen uit inkoop van aandelen door een Nederlandse BV van een in België wonende aandeelhouder na 1997 als vervreemdingswinst moeten worden gekwalificeerd, waardoor Nederland geen heffingsrecht heeft volgens het belastingverdrag met België.