1 Overeenkomst tussen de regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de regering van het Koninkrijk België tot het vermijden van dubbele belasting op het gebied van belastingen naar het inkomen en naar het vermogen en tot het vaststellen van enige andere regelen verband houdende met de belastingheffing, gesloten te Brussel op 19 oktober 1970, Trb. 1970, 192, inmiddels per 31 december 2002 vervangen (zie Trb. 2003, 2).
2 Hof 's-Hertogenbosch, 25 april 2002, nr. 99/30112, V-N 2002/39.1.1. Deze uitspraak is besproken door J.W.J. de Kort, Inkoop van eigen aandelen en verdragstoepassing volgens Hof `s-Hertogenbosch 10 juni 2002, FED 2003/201.
3 Bedoeld zal zijn: paragraaf 3 van artikel 10.
4 Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Spaanse Staat tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, met Protocol, ondertekend te Madrid op 16 juni 1971, Trb. 1971, nr. 144.
5 Deze voorrang zou zowel door de inhoud als door de volgorde van de verdragsbepalingen kunnen worden bepaald. Dat laatste is bepleit door H.P.A.M. Arendonk, Inkoop van eigen aandelen, FM nr. 57, 1992, blz. 318.
6 In deze zin S. Wijnkamp, Inkoop van eigen aandelen Nederland-België, welk tarief?, MBB 1992, blz. 46-52, op blz. 52, R.P.C.W.M. Brandsma en R.W. Tieskens, Kasgeldarresten, blz. 77, redactie Vakstudie Nieuws in V-N 1992, blz. 1213-1214, en R.P.C.W.M. Brandsma, Capita selecta dividendbelasting, 1995, blz. 175/6.
7 In deze zin M. Romyn, Kwalificatie van inkoop van aandelen onder belastingverdragen, FED 1992/361.
8 P.J. Wattel: Dividendbelasting, Fed Deventer 1997, blz. 160.
9 Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland tot het vermijden van dubbele belasting op het gebied van belastingen van het inkomen en van het vermogen alsmede van verscheidene andere belastingen en tot het regelen van andere aangelegenheden op belastinggebied van 16 juni 1959, Trb. 1959, 85.
10 Het zinsdeel vanaf 'daaronder' is ingevoegd bij art. VI, onderdeel B, van de Wet van 11 mei 2000, Stb. 2000, 216, tot vaststelling van de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001.
11 Kamerstukken II, 1999-2000, 26 728, nr. 8, blz. 10-11.
12 Staten-Generaal, 1996-1997, 25 347, nrs. 268 en 1, blz. 12.
13 gepubliceerd in V-N 1998/22.3.
14 Hier wordt de volgende noot geplaatst: "Zie in dit verband onder meer de nota van toelichting bij het belastingverdrag met de Russische Federatie (Kamerstukken II 1996/97, 25 347, nr. 2), waarin wordt aangegeven dat met de aanpassing in de nationale aanmerkelijkbelangwetgeving geenszins is beoogd de heffingsbevoegdheid onder de verdragen te wijzigen."
15 M.J.W.M. Ellis, Enige internationale aspecten van het wetsvoorstel inzake aanmerkelijk belang, MBB 1996, nr. 9, blz. 294-302.
16 F.P.G. Pötgens, Nationale fictiebepalingen en belastingverdragen, VP-Bulletin april 1999, nr. 4, blz. 9.
17 J.W.J. de Kort, Inkoop van eigen aandelen en verdragstoepassing volgens Hof `s-Hertogenbosch 10 juni 2002, FED 2003/201.
18 Trb. 1985, 79.
19 U zie ook het betoog van E. van der Bruggen: Unless the Vienna Convention otherwise requires: notes on the relationship between Article 3(2) of the OECD Model Tax Convention and Articles 31 and 32 of the Vienna Convention on the Law of Treaties, European Taxation, May 2003, blz. 142.
20 "Evenzo bevat de overeenkomst verschillende bepalingen die in die vorm niet in de door de OESO aanbevolen modelovereenkomst voorkomen, maar die voortvloeien uit de omstandigheid dat personenvennootschappen in België rechtspersoonlijkheid bezitten en bovendien, voor zover het de kleinere betreft, de mogelijkheid van keuze hebben om in de vennootschapsbelasting dan wel - in de persoon van de vennoten - de personenbelasting (Belgische inkomstenbelasting) te worden betrokken"; Bijl.Hand. I 1970/1971, nr.101, en Bijl. Hand. II 1970/1971, 11 132, nr.1. Overigens staat in de Belgische Memorie van toelichting: "(...) volgt de nieuwe Belgisch-Nederlandse overeenkomst in ruime mate het in 1963 door de OESO gepubliceerde modeverdrag."
21 Zie voor de argumentatie mijn conclusie voor HR 21 februari 2003, nrs 37 011 en 37 024, V-N 2003/13.8 en V-N 2003/13.9.
22 Zie voor de argumentatie mijn conclusie voor HR 21 februari 2003, nrs 37 011 en 37 024, V-N 2003/13.8 en V-N 2003/13.9.
23 HR 3 juli 1991, BNB 1991/248, met conclusie Van Soest.
24 Vgl. HR 15 september 1993, BNB 1994/259 met noot Bartel.
25 Vgl. HR 29 juni 1994, BNB 1994/294 met conclusie Verburg en noot Wattel.
26 U zie bijvoorbeeld het beroepschrift in cassatie, blz. 5, r. 5 en verder.
27 U zie HR 14 oktober 1991, BNB 1991/339 en 340, met conclusie Van Soest en noot Van Dijck.
28 Al is de dividendbelasting, anders dan de loonbelasting, (nog) niet sluipenderwijs aan het evolueren tot een loonsom-eindheffing (dividendsom-eindheffing).