ECLI:NL:PHR:2003:AI0829
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over onderzoeksplicht en toerekening van dwaling bij beëindigingsovereenkomst oudere werknemer
De zaak betreft een werknemer die na meer dan twintig jaar dienstverband bij een ziekenhuis een beëindigingsovereenkomst sloot. Hij baseerde zijn instemming mede op onjuiste informatie over de mogelijkheid tot vrijwillige voortzetting van pensioenopbouw na afloop van de wachtgeldperiode. De werkgever had een verouderde brochure verstrekt en onvoldoende duidelijkheid verschaft.
De lagere rechters stelden vast dat sprake was van dwaling, maar oordeelden dat deze voor rekening van de werknemer moest blijven vanwege zijn onderzoeksplicht. De Hoge Raad nuanceert dit oordeel en benadrukt dat de werkgever een zorgplicht heeft om de werknemer te behoeden voor onjuiste veronderstellingen, zeker bij oudere werknemers die onder druk staan bij ontslag.
De Hoge Raad stelt dat de werkgever onjuiste of misleidende informatie niet mag verstrekken zonder de werknemer te waarschuwen dat deze zelf de juistheid moet nagaan. De onderzoeksplicht van de werknemer kan daardoor niet zonder meer worden ingeroepen om de dwaling aan hem toe te rekenen. De Hoge Raad vernietigt het bestreden vonnis en verwijst de zaak terug voor nadere motivering en beoordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis en verwijst de zaak terug voor nadere beoordeling van de zorgplicht van de werkgever en de onderzoeksplicht van de werknemer.