ECLI:NL:PHR:2003:AI0831
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling recht op pleidooi en motiveringsvereisten bij afwijzing verzoek pleidooi
In deze zaak stond het recht op pleidooi centraal, waarbij de rechtbank het verzoek van eiser om mondelinge behandeling had afgewezen. De Hoge Raad overweegt dat het recht op pleidooi, gegrond op art. 144 Rv Pro (oud) en art. 6 EVRM Pro, geen absoluut recht is, maar slechts in zeer uitzonderlijke gevallen mag worden geweigerd. De rechtbank had het verzoek afgewezen met een onvoldoende gemotiveerde beslissing, hetgeen niet voldoet aan de door de Hoge Raad gestelde motiveringseisen.
De zaak betrof een geschil over functie-indeling en waardering van de eiser, waarbij in eerste aanleg geen mondelinge behandeling had plaatsgevonden. Het belang van pleidooi in hoger beroep werd onderstreept, mede vanwege de impact op andere werknemers in vergelijkbare functies. De Hoge Raad concludeert dat de rechtbank ten onrechte een ruimere norm hanteerde dan toegestaan en dat de motivering van de afwijzing onvoldoende was.
De Hoge Raad vernietigt het vonnis en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling, waarbij pleidooi alsnog mogelijk moet worden gemaakt indien partijen daar behoefte aan hebben. De beslissing benadrukt het belang van een deugdelijke motivering bij het weigeren van pleidooi en bevestigt het fundamentele karakter van dit procesrecht.
Uitkomst: Het vonnis wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering bij afwijzing van het verzoek om pleidooi en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling met mogelijkheid tot pleidooi.