ECLI:NL:PHR:2003:AI1588
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt poging tot diefstal met valse sleutel ondanks ontbreken pincode
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem waarin verdachte werd veroordeeld voor diefstal en poging tot diefstal met behulp van een valse sleutel. De poging betrof het gebruik van gestolen bankpassen zonder de bijbehorende pincode om geld op te nemen bij een geldautomaat.
Het hof had geoordeeld dat het gebruik van de bankpassen zonder pincode toch als een poging tot diefstal met een valse sleutel kon worden aangemerkt. Verdachte stelde in cassatie dat zonder pincode geen sprake kon zijn van een valse sleutel en dat de poging ondeugdelijk was. De Hoge Raad verwierp deze stellingen en verwees naar eerdere jurisprudentie waarin ook pogingen met onjuiste sleutels werden aangemerkt als poging tot diefstal.
De Hoge Raad benadrukte dat een poging juist kenmerkt dat iets niet lukt, zoals het ontbreken van de juiste pincode. De verdediging had onvoldoende gemotiveerd gesteld dat een bankpas zonder pincode geen valse sleutel zou zijn. De Hoge Raad concludeerde dat het hof terecht tot bewezenverklaring en veroordeling was gekomen en verwierp het cassatieberoep.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor poging tot diefstal met behulp van een valse sleutel wordt bevestigd.