ECLI:NL:PHR:2003:AJ0538
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst wegens niet tijdige oplevering en ingebrekestelling
In deze zaak stond centraal de vraag of de huurovereenkomst tussen [eiser] en Bubbels B.V. ontbonden kon worden wegens wanprestatie door het niet tijdig opleveren van het gehuurde pand. Bubbels stelde dat de termijn van 1 maart 2000 een fatale termijn was en dat ingebrekestelling niet nodig was. [Eiser] voerde aan dat het om een streefdatum ging en dat er geen sprake was van verzuim zonder ingebrekestelling.
De rechtbank oordeelde dat de termijn slechts een streefdatum was en dat de brief van 28 juli 2000 geen ingebrekestelling inhield, maar dat [eiser] zich niet op het ontbreken van ingebrekestelling kon beroepen omdat hij onvoldoende inspanningen had verricht om het pand op tijd op te leveren en Bubbels inzicht te geven in de oplevertermijn. De rechtbank ontbond de huurovereenkomst en veroordeelde [eiser] tot schadevergoeding.
In cassatie werd betoogd dat de rechtbank een onjuiste maatstaf had gehanteerd en dat geen sprake was van verzuim zonder ingebrekestelling. De Hoge Raad bevestigde echter dat art. 6:83 BW Pro geen limitatieve opsomming geeft van situaties waarin ingebrekestelling achterwege kan blijven en dat de redelijkheid en billijkheid een aanvullende rol spelen. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat in deze omstandigheden de ontbinding terecht was.
De uitspraak benadrukt het belang van redelijkheid en billijkheid bij de toepassing van ingebrekestelling en verzuim, en bevestigt dat een schuldenaar zich niet kan beroepen op het ontbreken van ingebrekestelling indien hij zich onvoldoende inspant en de schuldeiser redelijkerwijs geen aanmaning hoefde te geven.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de huurovereenkomst terecht is ontbonden wegens wanprestatie zonder dat ingebrekestelling vereist was.