ECLI:NL:PHR:2003:AJ3246
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt redelijkheid van alimentatievermindering ondanks overwaarde woning
Partijen zijn gescheiden en het geschil betreft de hoogte van de door de man aan de vrouw te betalen alimentatie. De rechtbank stelde de alimentatie vast op een bedrag dat uitging van de behoefte van de vrouw en haar draagkracht, waarbij werd aangenomen dat zij een deel van haar behoefte zelf kan voorzien uit haar vermogen.
Het hof heeft de alimentatie verlaagd tot iets meer dan de helft van het door de rechtbank vastgestelde bedrag. Dit deed het hof mede op basis van de overwaarde van de voormalige echtelijke woning die aan de vrouw was toegedeeld, alsmede het vermogen van partijen dat zij naar redelijkheid kunnen benutten om inkomsten te genereren.
De vrouw stelde in cassatie dat het hof zijn oordeel onvoldoende motiveerde en onjuist was in zijn beoordeling van de overwaarde en draagkracht. De Hoge Raad oordeelt echter dat het hof zijn oordeel voldoende heeft gemotiveerd en dat het niet onredelijk is om van de vrouw te verlangen dat zij uit haar vermogen inkomsten verwerft. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de alimentatieverlaging tot € 2.270,- per maand.