ECLI:NL:PHR:2003:AJ3256
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onderhoudsbijdrage wegens volledige arbeidsongeschiktheid na echtscheiding
Partijen zijn gehuwd geweest en gescheiden; het geschil betreft de hoogte van de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in haar levensonderhoud. De rechtbank stelde de alimentatie vast op 3.000 gulden per maand, gebaseerd op de volledige arbeidsongeschiktheid van de vrouw, onderbouwd met een brief van Cadans en specificatie van haar WAO-uitkering.
Het hof bekrachtigde dit oordeel en oordeelde dat de vrouw sedert de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking volledig arbeidsongeschikt is, mede gelet op haar WAO- en bijstandsuitkering. De man stelde dat de vrouw ondanks haar arbeidsongeschiktheid inkomsten uit prostitutie zou hebben, maar dit werd door het hof niet aannemelijk geacht, mede omdat het bewijsaanbod van de man niet ter zake dienend werd geacht.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de man, waarbij onder meer werd geklaagd over de motivering van het hof inzake de arbeidsongeschiktheid, de vaststelling van de behoefte van de vrouw en het bewijsaanbod. Het hof mocht uitgaan van de brief van Cadans als voldoende bewijs en de behoefte van de vrouw afmeten aan de welstand tijdens het huwelijk en haar WAO-uitkering. De stelling dat de vrouw inkomsten uit prostitutie zou hebben, werd onvoldoende onderbouwd geacht.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de vrouw volledig arbeidsongeschikt is en de man een maandelijkse onderhoudsbijdrage van 3.000 gulden moet betalen.