ECLI:NL:PHR:2003:AK3697
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg van huwelijkse voorwaarden en de toepassing van het Haviltex-criterium bij verrekenbedingen
De zaak betreft de uitleg van huwelijkse voorwaarden tussen partijen die in 1990 zijn gehuwd en in 1997 zijn gescheiden. Centraal staat de vraag of artikel 5 van Pro de huwelijkse voorwaarden een zogenaamd Amsterdams verrekenbeding inhoudt, dat wil zeggen een verrekening van overgespaarde netto-inkomsten. De vrouw vordert onder meer de helft van de waarde van aandelen in een BV.
De rechtbank en het hof oordeelden dat de tekst van artikel 5 duidelijk Pro is en geen verrekenbeding van overgespaarde inkomsten bevat. Het hof stelde dat de bedoeling van partijen pas aan de orde komt bij twijfel over de tekst, en dat die twijfel hier ontbreekt. De vrouw stelde dat dit oordeel onjuist is en onvoldoende gemotiveerd, omdat bij uitleg van overeenkomsten het Haviltex-criterium geldt, waarbij de zin die partijen redelijkerwijs aan de bepaling mochten toekennen centraal staat.
De Hoge Raad bevestigt dat het Haviltex-criterium ook op huwelijkse voorwaarden van toepassing is en dat de bedoeling van partijen niet buiten beschouwing mag blijven als de tekst aanleiding geeft tot twijfel. Het hof heeft onjuiste rechtsopvatting getoond door de bedoeling van partijen niet te betrekken bij uitleg van artikel 5. Daarom wordt het arrest vernietigd en de zaak verwezen voor hernieuwde beoordeling waarbij ook andere gezichtspunten dan de tekst moeten worden betrokken.
De Hoge Raad wijst tevens het verzoek van de vrouw af om zelf de zaak af te doen, omdat nog feiten en omstandigheden nader moeten worden onderzocht. Dit arrest verduidelijkt de uitlegregels voor huwelijkse voorwaarden en bevestigt de toepassing van het Haviltex-criterium bij verrekenbedingen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor hernieuwde beoordeling waarbij ook de bedoeling van partijen moet worden betrokken.