ECLI:NL:PHR:2003:AK4828
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling redelijke vergoeding voor werkzaamheden van failliete werknemer aan derde op grond van art. 479a Rv
In deze zaak vordert de curator van een failliete werknemer op grond van artikel 479a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) een redelijke vergoeding van een derde ([eiser]) voor werkzaamheden die de failliete werknemer voor die derde heeft verricht. De werknemer was hoofdredacteur van een tijdschrift uitgegeven door de derde en verrichtte diverse werkzaamheden waarvoor een redelijke vergoeding van f 70.000,- werd gevorderd.
De rechtbank en het hof stelden vast dat de werkzaamheden hadden plaatsgevonden en dat de gevorderde vergoeding redelijk was. De derde betwistte niet voldoende de omvang van de werkzaamheden en de redelijkheid van de vergoeding, waardoor het hof het bewijsaanbod van de derde voorbijging. De Hoge Raad bevestigt dat volgens art. 479a Rv de curator verhaal kan zoeken op een derde die de werknemer werkzaamheden heeft laten verrichten om niet of tegen een onevenredig lage vergoeding, ook als de werknemer zelf met die vergoeding heeft ingestemd.
De Hoge Raad benadrukt dat de derde zijn verweer gemotiveerd moet onderbouwen, anders worden de feiten als vaststaand aangenomen. Het hof heeft dit correct toegepast door het bewijsaanbod van de derde te passeren vanwege onvoldoende betwisting. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het oordeel van het hof.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bevestigd.