ECLI:NL:PHR:2003:AK4854
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Huurders mogen de parochie niet de toegang tot niet-verhuurde ruimten in pastorie ontzeggen
In deze zaak huurden eiser en eiseres een deel van de pastorie van de St. Willibrordusparochie te Vierakker als woonruimte, waarbij de huurovereenkomst bepaalde dat kerkfunctionarissen ongehinderd toegang moesten krijgen tot de niet-verhuurde ruimten die de parochie in gebruik had. In 2001 vervingen de huurders het slot van de hoofdtoegangsdeur zonder de parochie een sleutel te geven, waardoor de toegang voor de parochie werd geblokkeerd. De parochie vorderde daarop in kort geding dat het oude slot werd teruggeplaatst en dat de toegang werd hersteld.
De rechtbank ontbond de huurovereenkomst en wees de reconventionele vorderingen van de huurders af. Het hof bevestigde dit oordeel en oordeelde dat het eigenmachtig vervangen van het slot een evidente wanprestatie was. De huurders konden niet zelfstandig bepalen wie toegang kreeg tot de gedeelde hal en de niet-verhuurde ruimten. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de huurders en bevestigde dat het hof terecht aansluiting zocht bij het oordeel van de bodemrechter, dat het huurcontract de parochie recht gaf op ongehinderde toegang via de hoofdingang.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de huurders grotendeels feitelijke grondslagen misten of niet ontvankelijk waren wegens het ontbreken van eerdere behandeling in de bodemprocedure. De vorderingen tot schorsing van het beding, tot onderhandeling over toegangsmodaliteiten en tot rehabilitatie werden afgewezen. Het arrest bevestigt dat huurders niet het recht hebben om de toegang tot gedeelde of niet-verhuurde ruimten zonder toestemming te beperken en dat de parochie een feitelijk sleutelrecht heeft om haar gebruiksrechten te waarborgen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de huurders wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.