ECLI:NL:PHR:2003:AK8517
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw ontstaan van schulden
De zaak betreft een verzoeker die de toepassing van de schuldsaneringsregeling aanvroeg vanwege een schuldenlast van ruim 98.000 euro, bestaande uit schulden door onverzekerd rijden, te veel ontvangen bijstandsuitkeringen en faillissement van een eigen bedrijf. De rechtbank wees het verzoek af omdat een substantieel deel van de schulden niet te goeder trouw was ontstaan. Het gerechtshof bekrachtigde dit oordeel en motiveerde dat de schuldenaar destijds drugsverslaafd was, terugviel in verslaving na faillissement en de schulden mede daardoor zijn ontstaan.
De schuldenaar voerde in cassatie aan dat het hof een te enge opvatting van het begrip 'te goeder trouw' hanteerde en onvoldoende rekening hield met zijn huidige situatie en intenties om weer aan het werk te gaan. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht alle omstandigheden heeft betrokken en dat het oordeel dat het gedrag van de schuldenaar verwijtbaar was, niet onbegrijpelijk is. Ook de motivering van het hof dat het voornemen om te gaan werken te vaag was, werd bevestigd.
De Hoge Raad benadrukte dat de gedragsmaatstaf van art. 288 lid 2 Fw Pro een waardering van feiten betreft die slechts beperkt in cassatie kan worden getoetst. Het hof heeft voldoende gemotiveerd waarom het verzoek werd afgewezen, en de klachten van de schuldenaar faalden. Het beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling werd afgewezen wegens niet te goeder trouw ontstaan van een substantieel deel van de schulden.