ECLI:NL:PHR:2003:AL3411
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ontzegging rijbevoegdheid na openen portier als bestuurder
In deze zaak was verzoeker veroordeeld voor het veroorzaken van een verkeersongeval waarbij een fietser zwaar lichamelijk letsel opliep. De vraag was of de ontzegging van de rijbevoegdheid terecht was opgelegd, aangezien uit de tenlastelegging en bewezenverklaring niet expliciet bleek dat verzoeker als bestuurder handelde.
De Hoge Raad bevestigt dat de ontzegging van de rijbevoegdheid alleen kan worden opgelegd aan bestuurders van motorrijtuigen. Echter, het openen van het portier na het parkeren kan worden beschouwd als een gedraging in de hoedanigheid van bestuurder. Dit volgt ook uit eerdere jurisprudentie dat het besturen van een motorrijtuig niet als bestanddeel van het delict geldt, maar een voorwaarde is voor het opleggen van de bijkomende straf.
De Hoge Raad acht het oordeel van het hof, dat verzoeker als bestuurder handelde bij het openen van het portier en daarom de ontzegging terecht is opgelegd, niet onjuist of onbegrijpelijk. Het cassatiemiddel wordt verworpen en het vonnis van het hof blijft in stand.
Uitkomst: De ontzegging van de rijbevoegdheid is terecht opgelegd omdat het openen van het portier na parkeren als bestuurdershandeling wordt aangemerkt.