ECLI:NL:PHR:2003:AL4343
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepasselijkheid Cadmiumrichtlijn op speelgoed ondanks eerdere Speelgoedrichtlijn
In deze zaak is verdachte door het Gerechtshof Arnhem veroordeeld wegens overtreding van het Cadmiumbesluit Wet milieugevaarlijke stoffen 1990, omdat hij speelgoed met een te hoog cadmiumgehalte in handelsvoorraden had. De verdediging stelde dat de Cadmiumrichtlijn niet van toepassing is op speelgoed, omdat het al onder de Speelgoedrichtlijn valt die specifieke normen stelt voor cadmium in speelgoed.
Het hof verwierp dit verweer en oordeelde dat de Cadmiumrichtlijn en de Speelgoedrichtlijn verschillende doelstellingen en normeringen hebben. De Speelgoedrichtlijn richt zich op de bescherming van de gezondheid van kinderen via een biologische beschikbaarheidsnorm (sabbelnorm), terwijl de Cadmiumrichtlijn gericht is op milieubescherming en een strengere cadmiumgehalte-norm hanteert.
De Hoge Raad constateert dat de tweede volzin van artikel 1 van Pro de Cadmiumrichtlijn, die stelt dat de richtlijn niet van toepassing is op producten die al onder andere communautaire voorschriften vallen, niet uitsluit dat beide richtlijnen op speelgoed van toepassing zijn. Vanwege de onduidelijkheid over de uitleg van deze bepaling heeft de Hoge Raad besloten een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie te stellen om duidelijkheid te verkrijgen over de toepasselijkheid van de Cadmiumrichtlijn op speelgoed.
Uitkomst: De Hoge Raad houdt de beslissing aan en stelt een prejudiciële vraag over de toepasselijkheid van de Cadmiumrichtlijn op speelgoed.