ECLI:NL:PHR:2003:AL9063
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor zware mishandeling met ijzeren pijp en herziening strafoplegging
De verdachte werd door het Hof te 's-Gravenhage veroordeeld voor zware mishandeling op 9 december 1999, waarbij hij het slachtoffer met een ijzeren pijp meerdere malen sloeg, wat resulteerde in een elleboogfractuur en bloeduitstortingen. De bewijsmiddelen bestonden uit erkenningen van de verdachte, verklaringen van het slachtoffer en een geneeskundige verklaring van een chirurg.
De verdediging voerde onder meer aan dat het letsel mogelijk door een val of door vuistslagen was veroorzaakt en verzocht om een geheel voorwaardelijke straf vanwege de impact van een onvoorwaardelijke straf op de verblijfsvergunning van de verdachte. Het Hof legde echter een gedeeltelijk onvoorwaardelijke straf op: 95 uur onbetaalde arbeid en een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht het letsel kwalificeerde als zwaar lichamelijk letsel en dat de bewijsmiddelen voldoende waren om de toebrenging van het letsel door de verdachte vast te stellen. Wel stelde de Hoge Raad vast dat het Hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het niet heeft meegewogen dat een onvoorwaardelijke straf verstrekkende gevolgen heeft voor de verblijfsvergunning van de verdachte, zoals aangevoerd door de verdediging.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het deel van het arrest betreffende de strafoplegging en verwees de zaak terug naar een ander hof voor een nieuwe beoordeling van de straf, waarbij het Hof de belangen van de verdachte ten aanzien van zijn verblijfsrecht expliciet moet meenemen. De overige klachten van de verdachte werden verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de strafoplegging wegens onvoldoende motivering omtrent verblijfsrechtelijke gevolgen en verwijst de zaak terug voor nieuwe beoordeling.