ECLI:NL:PHR:2003:AM0215
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanwezigheidsrecht verdachte en redelijke termijn in strafzaak
In deze strafzaak werd de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar en negen maanden voor onder meer medeplegen van het opzettelijk uitvoeren van pillen amfetamine en het bezit van een vals reisdocument. De verdachte was als ongewenst vreemdeling uitgezet en kon daardoor niet aanwezig zijn bij de terechtzitting in hoger beroep.
De raadsman van de verdachte verzocht herhaaldelijk om aanhouding van de zaak om de verdachte alsnog in de gelegenheid te stellen aanwezig te zijn. Het hof oordeelde echter dat de verdachte voldoende tijd had gehad om zijn aanwezigheidsrecht te effectueren en dat hij door pas één dag voor de zitting via een vriend contact op te nemen, afstand had gedaan van dit recht. Het hof wees het verzoek tot aanhouding af.
De verdachte stelde cassatie in met twee middelen: een overschrijding van de redelijke termijn in cassatie en een onjuiste afwijzing van het verzoek tot aanhouding. De Hoge Raad erkende de termijnoverschrijding en achtte dit aanleiding tot strafvermindering. Het middel over het aanwezigheidsrecht faalde omdat het hof een juiste belangenafweging had gemaakt tussen het recht van de verdachte en het belang van een behoorlijke en tijdige rechtspleging.
De Hoge Raad vernietigde het arrest alleen voor wat betreft de strafoplegging en verwees de zaak terug voor strafvermindering, terwijl het overige beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor de strafoplegging wegens termijnoverschrijding en verwezen voor strafvermindering, het verzoek tot aanhouding wordt afgewezen.