ECLI:NL:PHR:2003:AM0218
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing van Richtlijn 92/46/EEG op melkverwerkingsinrichting en redelijke termijn cassatie
In deze zaak stond de vraag centraal of het bedrijf van verdachte viel onder de werkingssfeer van Richtlijn 92/46/EEG betreffende melkverwerkingsinrichtingen. Verdachte voerde aan dat zijn bedrijf geen melk verwerkte en dat de producten niet rechtstreeks bestemd waren voor menselijke consumptie, waardoor de Richtlijn niet van toepassing zou zijn.
Het hof concludeerde echter dat ook bedrijven die door anderen geproduceerde zuivelproducten verwerken of verpakken onder de Richtlijn vallen. Dit om te voorkomen dat een schakel in de productieketen buiten de controle zou blijven. Het bedrijf van verdachte, waar kaas wordt behandeld en verpakt, werd daarom als melkverwerkingsinrichting aangemerkt en viel onder de Warenwetbesluit Zuivel en Warenwetregeling Zuivelbereiding.
Verdachte verzocht om aanhouding van de zaak om prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie, maar dit verzoek werd afgewezen omdat de werkingssfeer van de Richtlijn duidelijk is. Daarnaast klaagde verdachte over overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase. De Hoge Raad stelde vast dat de termijn van 8 maanden was overschreden en besloot tot strafvermindering.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep voor het overige en bevestigde de toepassing van de Richtlijn op het bedrijf van verdachte, waarmee de geldboete van €1000,- gehandhaafd blijft.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt toepassing van Richtlijn 92/46/EEG op het bedrijf van verdachte en kent strafvermindering toe wegens overschrijding van de redelijke termijn.