ECLI:NL:PHR:2003:AM2375
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing verlengde huurbescherming bij ontruiming na opzegging huurovereenkomst
In deze zaak staat centraal of de huurder aanspraak kan maken op verlengde huurbescherming na opzegging van de huurovereenkomst en een daarop volgende ontruimingsaanzegging. De huurder exploiteerde een massagesalon in een bedrijfsruimte waarvan de erfgenamen van de verhuurder de huurovereenkomst hadden opgezegd.
De huurder was eerder bij vonnissen in kort geding en een kantonrechterlijke uitspraak voorwaardelijk veroordeeld tot ontruiming wegens niet-nakoming van verplichtingen, maar de huurovereenkomst was niet ontbonden. De vraag was of deze eerdere veroordelingen de huurder de verlengde huurbescherming ontnemen op grond van art. 28c lid 2 Huurwet.
De kantonrechter had de ontruimingsverplichting geschorst en verlengd op grond van art. 28d Huurwet, maar het hof verwierp het beroep van de verhuurders tegen deze beslissing. De Hoge Raad bevestigt dat de verlengde huurbescherming niet van toepassing is op gewezen huurders die veroordeeld zijn tot ontruiming wegens niet-nakoming, maar dat dit niet geldt indien de ontruiming volgt uit een opzegging van de huurovereenkomst. De eerdere voorwaardelijke veroordelingen tot ontruiming leiden niet tot het verlies van de verlengde huurbescherming zolang de huurovereenkomst niet is ontbonden.
Het middel van de verhuurders faalt en het beroep wordt verworpen. De procedure wordt beheerst door de Huurwet, aangezien het verzoek is ingediend vóór de inwerkingtreding van het nieuwe BW.
Uitkomst: Het middel faalt en het beroep wordt verworpen; verlengde huurbescherming geldt bij ontruiming na opzegging ondanks eerdere voorwaardelijke ontruimingsveroordelingen.