ECLI:NL:PHR:2003:AM3135
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat cognossementen aan order zijn en vordering schadevergoeding toekomt aan rechtmatige houder
In deze zaak staat centraal of de door Nedlloyd afgegeven cognossementen voor het vervoer van bananen van Ecuador naar Nederland als naamcognossementen of als ordercognossementen moeten worden aangemerkt. Eiseres stelde dat het om naamcognossementen ging en zij daardoor gerechtigd was tot schadevergoeding wegens beschadiging van de lading. Nedlloyd betwistte dit en stelde dat het om ordercognossementen ging die in blanco waren geëndosseerd aan een derde partij, waardoor alleen deze partij recht had op schadevergoeding.
De rechtbank stelde eiseres in de gelegenheid bewijs te leveren van haar vorderingsgerechtigdheid, maar wees de vordering uiteindelijk af. Het hof bevestigde dit oordeel en overwoog dat de cognossementen door de vermelding "or order" en de wijze van uitgifte als ordercognossementen moesten worden beschouwd. Daarnaast oordeelde het hof dat de handtekeningen en stempels op de achterzijde van de cognossementen een blanco endossement vormden, en dat de vervoerder gerechtigd was af te leveren aan de houder van het cognossement zonder nadere kennis van de achterliggende rechtsverhoudingen.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof. De Hoge Raad benadrukte dat voor de beoordeling van de vorderingsgerechtigdheid de bewoordingen van het cognossement beslissend zijn, ongeacht de bedoelingen van degene die het cognossement heeft opgemaakt. Ook verwierp de Hoge Raad de stelling dat een geldig endossement een specifieke verklaring vereist. De cassatie werd verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de cognossementen ordercognossementen zijn en dat de schadevordering niet aan eiseres toekomt.