ECLI:NL:PHR:2003:AN7444
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewijs- en stelplicht bij verrekening en vergoeding tussen echtgenoten na echtscheiding
De zaak betreft een geschil tussen ex-echtgenoten over verrekening en vergoeding van investeringen en waardevermeerdering van onroerende zaken na hun echtscheiding. De man vorderde betaling van een aanzienlijk bedrag dat hij stelde te hebben geïnvesteerd in de woning die de vrouw na de verkoop van hun gezamenlijke woning had gekocht. Daarnaast ging het om de afkoopwaarde van levensverzekeringen.
De rechtbank wees de meeste vorderingen af wegens onvoldoende onderbouwing, behalve een erkend bedrag. Het hof bekrachtigde dit vonnis. De man stelde cassatie in tegen het arrest van het hof, met meerdere middelen gericht op de bewijs- en stelplicht, de uitleg van de huwelijksvoorwaarden en de toerekening van betalingen.
De Hoge Raad overwoog dat de regels van stelplicht en bewijslast ook gelden bij geschillen over huwelijksvoorwaarden en dat de partij die stelt uit privémiddelen te hebben betaald dit moet bewijzen met een deugdelijke administratie. De man had onvoldoende feiten en bewijs geleverd om zijn vorderingen te onderbouwen. Daarnaast werd geoordeeld dat het hof niet onjuist had gehandeld in zijn waardering van de feiten en bewijsstukken.
Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand bleef. De uitspraak bevestigt de noodzaak van duidelijke bewijsvoering en de rekenplicht tussen echtgenoten bij verrekening na echtscheiding.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.