ECLI:NL:PHR:2003:AN7528
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt voorwaardelijke koopovereenkomst bij proefneming zeefinstallatie
In deze zaak ging het om de koop van een containermobiele zeefinstallatie tussen eiser en verweerder. Partijen waren overeengekomen dat de levering en betaling afhankelijk zouden zijn van een succesvolle proefneming van de machine. Nadat de proefnemingen meerdere malen hadden plaatsgevonden en de machine niet voldeed aan de afgesproken eisen, weigerde verweerder de machine af te nemen en te betalen.
Eiser vorderde vervolgens schadevergoeding wegens niet-nakoming van de koopovereenkomst. De rechtbank wees de vordering af omdat niet was aangetoond dat de machine aan de voorwaarden voldeed. Het hof bekrachtigde dit oordeel en stelde vast dat de koopovereenkomst een voorwaardelijke verbintenis bevatte, afhankelijk van het resultaat van het proefdraaien.
Het cassatieberoep van eiser richtte zich tegen deze kwalificatie en de bewijswaardering, maar de Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had geoordeeld dat de verbintenis voorwaardelijk was en dat het bewijsaanbod van eiser te vaag was. Het beroep werd verworpen, waarmee het oordeel van het hof bleef staan.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het oordeel dat de koopovereenkomst voorwaardelijk was, blijft gehandhaafd.