ECLI:NL:PHR:2003:AN7650

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
16 december 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
00248/03
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 lid 1 EVRMWetboek van Strafvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging vonnis wegens overschrijding redelijke termijn en strafvermindering

Verdachte werd door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch veroordeeld tot drie jaren gevangenisstraf, waarvan één jaar voorwaardelijk, en onttrekking aan het verkeer van een revolver. Tevens werd een schadevergoedingsmaatregel opgelegd ten gunste van de benadeelde partij.

Verdachte stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. Het cassatiemiddel klaagde over overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase, met name de inzendtermijn van de stukken naar de Hoge Raad.

De Hoge Raad constateerde dat na het instellen van cassatie op 8 mei 2002 de stukken pas op 5 februari 2003 bij de griffie van de Hoge Raad waren ingekomen, wat zonder bijzondere omstandigheden een overschrijding van de redelijke termijn betekent. Dit leidde tot vernietiging van het vonnis voor zover het de strafoplegging betreft, vermindering van de straf door de Hoge Raad zelf, en verwerping van het beroep voor het overige.

Uitkomst: Het vonnis wordt vernietigd voor de strafoplegging en de straf wordt verminderd door de Hoge Raad.

Conclusie

Nr. 00248/03
Mr Fokkens
Zitting: 4 november 2003
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Verdachte is door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch veroordeeld tot drie jaren gevangenisstraf, waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met onttrekking aan het verkeer van een revolver. Voorts heeft het Hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen en een schadevergoedingsmaatregel opgelegd.
2. Tegen deze uitspraak heeft verdachte cassatieberoep doen instellen.
3. Namens verdachte heeft mr W. Bos, advocaat te Eindhoven, een middel van cassatie voorgesteld.
4. Het middel klaagt dat de redelijke termijn in de cassatiefase is overschreden, te weten de inzendtermijn. Dat is juist. Nadat op 8 mei 2002 cassatieberoep was ingesteld, zijn de stukken op 5 februari 2003 ingekomen ter griffie van de Hoge Raad. Dit tijdsverloop betekent, behoudens bijzondere omstandigheden, dat de redelijke termijn is overschreden. Dit moet leiden tot strafvermindering.
5. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de bestreden uitspraak zal vernietigen doch uitsluitend ten aanzien van de strafoplegging, zelf de straf zal verminderen, en het beroep voor het overige zal verwerpen.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
plv.