ECLI:NL:PHR:2003:AN7818
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de rechtsgeldigheid van kerkelijke geschilbeslechting en binding van vrij beheergemeenten aan Kerkorde 1951
De zaak betreft een langdurig geschil tussen de Hervormde Kerk en de zogenaamde vrij beheergemeenten over het beheer en de beschikking over kerkelijke goederen en fondsen. De vrij beheergemeenten stellen dat zij zelfstandig zijn en buiten het kerkverband staan, terwijl de Hervormde Kerk stelt dat zij regels kan stellen voor het beheer binnen het kerkverband, waaronder de Kerkorde 1951 en de beheersregels van 1991.
Na eerdere uitspraken van rechtbank en hof, waarbij de kerkelijke geschilcommissie werd aangewezen als bevoegde instantie voor interne geschillen, heeft het hof in het bestreden arrest bevestigd dat beslissingen van deze commissie bindend zijn en slechts marginaal door de burgerlijke rechter kunnen worden getoetst, overeenkomstig artikel 7:904 lid 1 BW Pro. De vrij beheergemeenten voerden aan dat zij niet gebonden zijn en dat de toetsing volledig zou moeten zijn, maar deze klachten werden verworpen.
De Hoge Raad bevestigt dat de burgerlijke rechter slechts marginaal toetst aan de hand van de genoemde wettelijke bepaling en dat de binding van de vrij beheergemeenten aan de Kerkorde 1951 en de beheersregels van 1991 niet onbegrijpelijk is. Ook de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de Generale Commissie werden beoordeeld en geacht voldoende te zijn gewaarborgd. De klachten van de vrij beheergemeenten worden afgewezen, waarmee het arrest van het hof in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de vrij beheergemeenten zijn gebonden aan de Kerkorde 1951 en de beheersregels van 1991, en de beslissingen van de kerkelijke geschilcommissie zijn slechts marginaal toetsbaar.