ECLI:NL:PHR:2003:AN7879
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt matiging loonvordering bij nietig ontslag op staande voet wegens alcohol op werkplek
De zaak betreft een werknemer die op staande voet werd ontslagen wegens het vermeend drinken van alcohol op de werkplek. De feiten, vastgesteld door het Gerecht in Eerste Aanleg van de Nederlandse Antillen, tonen aan dat de werknemer twee flessen alcohol bij zich had op het werk, terwijl de werkgever een strikt anti-alcoholbeleid voerde. Het ontslag werd door het GEA nietig verklaard omdat niet bewezen kon worden dat de werknemer daadwerkelijk had gedronken.
De werknemer vorderde doorbetaling van loon, maar deze vordering werd gematigd door het GEA en bevestigd door het Hof vanwege het bezit van alcohol op de werkplek, de korte duur van het dienstverband en het gebrek aan inspanningen van de werknemer om ander werk te vinden. De Hoge Raad bevestigt deze matiging en benadrukt dat de rechter terughoudend moet zijn bij loonmatiging, maar dat verwijtbaar gedrag van de werknemer een geldige grond kan zijn.
De Hoge Raad wijst erop dat de werknemer niet verplicht is om werkeloos af te wachten en dat herstel van de dienstbetrekking niet zinvol is gezien de verstoorde arbeidsrelatie. Ook wordt onderstreept dat de matiging binnen de ruime marges van het feitenrecht blijft en dat de werkgever geen schadevergoeding kan eisen bij nietig ontslag. Het beroep van de werknemer wordt verworpen, waarmee de eerdere uitspraken in stand blijven.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de matiging van de loonvordering na nietig ontslag op staande voet wegens bezit van alcohol op de werkplek.