ECLI:NL:PHR:2003:AN8489
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid hoger beroep bij termijnoverschrijding door apparaatsfouten rechtbank en griffie
In deze zaak stond centraal of de moeder ontvankelijk was in haar hoger beroep tegen de ontheffing van haar ouderlijk gezag over haar zoon. De rechtbank had de moeder ontheven van het gezag en de voogdij aan een stichting toegekend. De moeder stelde hoger beroep in, maar te laat volgens de appeltermijn van twee maanden na de uitspraakdatum, omdat zij de beschikking pas veel later ontving door fouten van de rechtbank en griffie.
De Hoge Raad bevestigde het uitgangspunt dat beroepstermijnen strikt moeten worden gehanteerd in het belang van rechtszekerheid. Echter, in dit geval was de moeder niet tijdig geïnformeerd over de uitspraakdatum (in strijd met art. 804 Rv Pro.) en ontving zij het afschrift van de beschikking pas na lange tijd (in strijd met art. 805 lid 1 Rv Pro.). Hierdoor kon zij redelijkerwijs niet weten dat zij binnen de termijn hoger beroep moest instellen.
De conclusie van de A-G was dat in gevallen van cumulatie van apparaatsfouten, waarbij de procespartij niet tijdig op de hoogte is gesteld en geen verwijt kan worden gemaakt, een uitzondering op de strikte termijnhandhaving moet worden aangenomen. De moeder had haar hoger beroep binnen een redelijke termijn na ontvangst van de beschikking ingesteld en diende daarom ontvankelijk te worden verklaard.
De zaak benadrukt het belang van correcte en tijdige communicatie door rechtbanken en griffies en de noodzaak om in uitzonderlijke gevallen de belangen van de procespartij te beschermen tegen fouten van het rechterlijk apparaat. De Hoge Raad stelde daarmee de rechtsbescherming en redelijkheid centraal in de toepassing van procesrechtelijke termijnen.
Uitkomst: De moeder wordt ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep ondanks termijnoverschrijding door fouten van rechtbank en griffie.