ECLI:NL:PHR:2004:AF7514
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ruime beleidsvrijheid gemeenten bij heffing rioolrechten en toetsing aan gelijkheidsbeginsel
Belanghebbende, een gebruiker van meerdere eigendommen in Eindhoven, werd voor de jaren 1994, 1995 en 1996 aangeslagen in het rioolafvoerrecht. De gemeente hanteerde een verdeling waarbij 78% van de rioleringslasten werd toegerekend aan het rioolaansluitrecht en 22% aan het rioolafvoerrecht, met een drempel van 500 m3 afvalwater waarboven het afvoerrecht werd geheven. Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslagen, dat werd door het gemeentelijk bestuur en het Hof verworpen. Vervolgens stelde belanghebbende beroep in cassatie in.
De Hoge Raad overwoog dat gemeenten een zekere beleidsvrijheid hebben bij de toerekening van rioleringskosten aan eigenaars- en gebruikersheffingen en dat deze vrijheid niet betekent dat kosten dubbel mogen worden verhaald. De heffingen moeten wel op controleerbare wijze worden vastgesteld en mogen niet leiden tot een onredelijke of willekeurige belastingheffing. Het gelijkheidsbeginsel vereist dat gelijke gevallen gelijk worden behandeld, maar ongelijke gevallen mogen ongelijk worden behandeld indien dit objectief en redelijk is gerechtvaardigd.
De Hoge Raad bevestigde dat het forfaitair heffen van rioolafvoerrecht aan grootgebruikers, waarbij kleine gebruikers worden vrijgesteld, is toegestaan mits de gemeente dit beleid kan rechtvaardigen en de kosten/batenverhouding klopt. Ook is het niet verplicht dat gemeenten de kosten van regenwaterafvoer van openbare ruimten afzonderlijk verhalen. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en bevestigde de uitspraken van het Hof en het gemeentebestuur.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraken van het Hof en het gemeentebestuur bevestigd.