ECLI:NL:PHR:2004:AI0408
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid van legesheffing voor in behandeling nemen verzoek om planschadevergoeding
Deze zaak betreft de vraag of de gemeente Jacobswoude leges mag heffen voor het in behandeling nemen van een verzoek om planschadevergoeding ingevolge artikel 49 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO). Belanghebbende diende een aanvraag in voor schadevergoeding wegens vermeende waardedaling van zijn woning. De gemeente bracht hiervoor een legesbedrag van ƒ 2.500 in rekening, wat door belanghebbende werd bestreden.
Het gerechtshof 's-Gravenhage oordeelde dat de werkzaamheden van de gemeente bij de behandeling van het verzoek als een dienst in de zin van de legesverordening kunnen worden aangemerkt, omdat zij rechtstreeks en in overheersende mate verband houden met het individuele belang van belanghebbende. Tevens werd geoordeeld dat het tarief van ƒ 2.500 niet disproportioneel is gezien de kosten van een primaire beoordeling.
Belanghebbende stelde in cassatie dat geen sprake is van dienstverlening en dat de legesheffing disproportioneel en misbruik van bevoegdheid is. De Hoge Raad bevestigt dat de heffing van leges is toegestaan indien sprake is van een dienst die het individuele belang dient. De hoogte van het tarief is niet in geschil gesteld en wordt als redelijk beschouwd. Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de rechtmatigheid van de legesheffing door de gemeente.