ECLI:NL:PHR:2004:AL6905
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over herkwalificatie tweede bezwaarschrift als beroepschrift in fiscaal procesrecht
Belanghebbende, een registeraccountant, maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting 1997. Na een eerste bezwaarschrift volgde een tweede bezwaarschrift met nieuwe grieven. De inspecteur verklaarde dit tweede bezwaar niet-ontvankelijk en ging ambtshalve niet in op de inhoud.
Het hof bevestigde deze niet-ontvankelijkheid, maar de Hoge Raad vernietigt dit oordeel. Volgens de Hoge Raad moet een tweede bezwaarschrift in beginsel worden aangemerkt als een beroepschrift en door de inspecteur worden doorgezonden naar het bevoegde gerechtshof.
De Hoge Raad benadrukt dat dit aansluit bij de rechtsbeschermingsgedachte van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), die voorkomt dat burgers door procedurele fouten worden benadeeld. Een uitzondering geldt als de belanghebbende expliciet aangeeft geen beroepschrift te willen indienen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof de brief van 12 november 2000 als een tijdig ingediend beroepschrift had moeten behandelen. De uitspraak van het hof en de inspecteur worden vernietigd en het hof dient de zaak inhoudelijk te behandelen.
De conclusie bevat uitgebreide verwijzingen naar eerdere jurisprudentie en wetsartikelen, waarbij de doorzendverplichting van bezwaar- en beroepschriften centraal staat.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het oordeel van het hof en bepaalt dat het tweede bezwaarschrift als beroepschrift moet worden behandeld en doorgezonden.