ECLI:NL:PHR:2004:AL8449
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geen inbreuk op privacy door cameratoezicht op openbare weg bij graffiti
In deze zaak is de verdachte veroordeeld voor het spuiten van graffiti, waarbij het bewijs mede gebaseerd was op cameratoezicht op de Nieuwe Binnenweg te Rotterdam. Het hof oordeelde dat het cameratoezicht geen inbreuk maakte op de persoonlijke levenssfeer van de verdachte, omdat de observatie plaatsvond in een openbare ruimte waar de verdachte geen onbevangen gedrag mocht verwachten.
De verdediging stelde dat het cameratoezicht onrechtmatig was verkregen, onder meer omdat het Reglement Cameratoezicht Rotterdam-Rijnmond niet voldeed aan de eisen van voorzienbaarheid en toegankelijkheid zoals vereist door artikel 8 EVRM Pro. Dit verweer werd door het hof verworpen, dat stelde dat het reglement door het bevoegde orgaan was vastgesteld en ter inzage lag, en dat het toezicht een legitiem doel diende.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof, verwijzend naar eerdere jurisprudentie waarin is bepaald dat observaties in het openbaar alleen een inbreuk op artikel 8 EVRM Pro vormen indien zij betrekking hebben op situaties waarin betrokkenen onbevangen zichzelf kunnen zijn. Het korte tijdsbestek van de observatie, de locatie in de openbare ruimte en het doel van handhaving van openbare orde en veiligheid maakten dat geen sprake was van een onrechtmatige inbreuk op de privacy.
De overige klachten faalden omdat zij uitgingen van een onjuiste veronderstelling dat sprake was van een inbreuk op artikel 8 EVRM Pro. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de geldboete en subsidiële hechtenis opgelegd aan de verdachte.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het cameratoezicht vormt geen inbreuk op de persoonlijke levenssfeer en de veroordeling blijft in stand.