ECLI:NL:PHR:2004:AM2362
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over exclusiviteit eerste berging en ongeoorloofde mededinging in bergingsbranche
In deze zaak stond centraal of een bergingsbedrijf ([eiseres]) een exclusief recht op eerste berging kon afdwingen tegen een concurrent ([verweerder]) die via het afluisteren van politieradio eerder ter plaatse kon zijn en opdrachten aannam. [Eiseres] had een exclusief contract met stichting IMN voor eerste berging in bepaalde rayons, maar [verweerder] bood ook diensten aan in die gebieden.
De rechtbank had de vordering van [eiseres] grotendeels toegewezen, maar het hof vernietigde dit en wees de vordering af. Het hof oordeelde dat het exclusieve recht slechts een contractuele verplichting van stichting IMN jegens [eiseres] betrof en niet tegen derden kon worden ingeroepen. Ook werd geoordeeld dat het afluisteren van politieradio legaal is zolang toegestane apparatuur wordt gebruikt.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof. Er is geen wettelijke regel die derden verbiedt om rechtstreeks met gestrande automobilisten overeenkomsten te sluiten, ook al heeft stichting IMN exclusieve contracten met bergingsbedrijven. Het afluisteren van politieradioverkeer is toegestaan en vormt geen onrechtmatige concurrentie. Ook het gebruik van een medewerker in politie-uniform door [verweerder] werd niet als onrechtmatig beoordeeld.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van [eiseres] en bevestigde dat de exclusiviteit niet tegen derden kan worden ingeroepen en dat het handelen van [verweerder] niet onrechtmatig is.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vordering tot verbod op eerste bergingswerkzaamheden wordt afgewezen.